Crucifixion- Text
 

Een pagina

over de inhoud van de Crucifixion

 

 
  The Crucifixion

De jaarlijkse uitvoering van The Crucifixion in Bussum

 


THE CRUCIFIXION

The Crucifixion, gecomponeerd in 1887 door Sir John Stainer, is een meditatie over het lijden van onze Heiland, die ieder jaar op de zaterdag voorafgaand aan de stille week in scratch wordt uitgevoerd in de Wilhelminakerk te Bussum. Het werk is geschreven voor tenor en bas soli; koor (so­praan, alt, tenor, bas) en orgel, waarbij het de bedoeling was en is dat de Hymns (gezangen) in wisselzang door koor en gemeente gezongen worden.

The Crucifixion is opgedragen aan Stainers leerling en vriend W. Hodge en het koor van de kerk van Marylebone in Londen. Dit koor was een typisch Engels kerkkoor, dat voor een groot deel bestond uit jongensstemmen. Het koor in koorgewaden zittend in het koorgedeelte van de parochiekerk in tegenstelling tot een Kathedraal, waar koorzang een eeuwen oude traditie is was de "schepping" van het victoriaanse tijdperk (in het bijzonder van de Oxford Beweging van de 1840-ers). Het koor in de parochiekerk was het "produkt" van een overvloedig en Godvrezende samenleving, voor wie muziek een vereiste was in de opbouw van hun geestelijke, religieuze leven. De samenstelling van het koor, dat Stainer daarom voor ogen heeft gehad, moet waarschijn­lijk 16 jongenssopra­nen, 4 alten, 4 tenoren en 4 bassen zijn geweest.
Stainer was een integer en gevoelig man met een goede literaire smaak. Hij koos voor dit werk de tekst van J.Sparrow-Simpson. En bij het op muziek zetten van deze tekst zocht Stainer naar een verhoging van de emotionele (niet sentimentele) uitwerking van de vocale lijnen, door het orgel een orkestrale rol te laten vervullen. Met als gevolg, dat men voor de uitvoering van dit werk eigenlijk een groot orgel met zwelkast en "speelhulpen" nodig heeft.

Het verhaal

Het verhaal begint op het moment, waarop Jezus met zijn disci­pelen in Gethsemane komt. In het openingsrecitatief voor tenor gaat na een twaalftal maten van sfeer­schildering de orgelbe­geleiding over in een stijl van een Bach-continuo. Dit leidt tot de passage voor bas en koor, "Could ye not watch with me one brief hour?", waarin de bas-aria een bepaald Mendelsohn-achtig karakter vertoont. Dan volgt de gevangenneming, het proces en de veroor­deling van Christus, verteld in een dramatische passage van verteller (tenor), Christus (bas) en Pilatus. De kruisweg naar de Calvarieberg (Golgotha) is gesymboliseerd door een mars ge­speeld door het orgel. Dit wordt door het koor voortgezet met de woorden "Fling wide the gates". Dit is een gedeelte van dramati­sche woordschildering met opera-achtige elementen. De tekst contrasteert Christus' komende overwinning over de dood met de vernede­ring van het kruis. In een middenpassage zingt de tenor over de liefde van de Heer voor de mensen. Het koor beëindigt dit deel in een sfeer van stille overgave.

Het verhaal vervolgt met het nagelen van Jezus aan het kruis tezamen met de twee misdadi­gers. Daarna bezingen koor en gemeente het grote geschenk van God, door zijn eniggeboren zoon te laten sterven voor de mensheid, in de Hymn "Cross of Jesus".  Deze stemming wordt weerspiegeld in het bas-arioso dat volgt: "He made himself of no reputation".

Dan volgt de aangrijpende aria voor tenor "King ever Glorious", die een tegenstelling opwerpt tussen de goddelijke vernedering en de glorie, de over­winning op de dood. Dan zingt de bas over de belofte van het eeuwige leven voor allen die geloven. Dit thema wordt overgenomen in het door het koor gezongen koorgedeelte "God so loved the world". 
Daarop volgt de Hymn "Holy Jesus, by thy passion". In een duet voor tenor en bassoli wordt het wonder van Christus' liefde voor de mensen en de droefheid en rouw om de wreedheden en pijn, die Hij moest dragen, bezongen. Dit duet is één van de weinige duetten ooit voor mannenstemmen geschreven in religieuze werken.  Zelfs Händel heeft dit nooit gedaan. Dit duet wordt gevolgd door de Hymn "Jesus is dying", dat het voorgaande thema voortzet.
Het werk vervolgt dan met de episode van Christus tezamen met de twee misdadigers, waarop een hymn van aanbidding volgt. Daarna spreekt Jezus tot zijn moeder en Johannes, zeggende, goed voor elkaar te zorgen. Na een korte passage voor orgel, waarin de duisternis geschilderd wordt, volgt de bas met de woorden "There was darkness over all the land". Hier vinden we een opvallend voorbeeld van rolverwisseling, zoals dat bijvoorbeeld in de Passionen van Bach niet voorkomt. In dit geval wisselt de rol van verteller. De laagste stem wordt gebruikt om de duisternis te vertolken, terwijl in de voorafgaan­de passages de tenor de vertel­lersrol had. De rolkeuze staat dus ten dienste van de tekst. Dit gedeelte wordt afgesloten met de bekende kruiswoorden "My God, my God, why hast Thou forsaken me?". Stainer heeft de kruiswoorden van Christus toebedeeld aan een mannekoor van tenoren en bassen. Dit heeft tot gevolg, dat de gevoelens van de tekst op zeer krachtige wijze tot uiting worden gebracht. Jeremia's woorden uit de Klaagliederen, "Is it nothing to you?", die dan volgen, worden eerst gezongen door de bas en weerklin­ken in het slotkoor.

Het slotkoor geeft op uitnemende wijze de intentie weer, van waaruit John Stainer dit werk heeft gecomponeerd en bedoeld. Het is een oproep aan de wereld, niet aan het kruis voorbij te gaan. "Doet het u niets, dat Jezus zo voor ons heeft geleden ? Mensen ga er niet aan voorbij; Kom tot Hem, want Hij deed het allemaal voor u". Dit gedeelte moet worden gezien als het grote hoogtepunt in "The Crucifixi­on" en als de grote Boodschap die het hierin meegeeft aan de mensen.

Na dit slotkoor wordt de dood van Christus verteld in een sober recitatief voor tenor en het werk eindigt met een triomfantelijke Hymn van Hoop, "All for Jesus". 

De jaarlijkse uitvoering van The Crucifixion in Bussum