Flentrop orgel in Bussum  
 
 

Het Flentrop orgel van de Wilhelminakerk in Bussum

Het Bussumse Flentrop orgel is een van de vroegste voorbeelden van de terugkeer van de ambachtelijke orgelbouw zoals die bijna 100 jaar geleden zo goed als was uitgestorven.

Het is een drie klaviers mechanisch orgel, waarvan de diverse werken boven elkaar zijn  opgesteld en het pedaal aan weerszijden. Het gehele orgel heeft een C en Cis opstelling. De speeltafel staat los opgesteld van het orgel. Het front werd ontworpen door architect W. de Gooyer.  De labiaalpijpen werden vervaardigd door de firma Stinkens uit Zeist en de tongwerken door de Parijse firma Masure.  Het Witte orgel in Hoorn (1889), wat in de oorlogsjaren door Flentrop was gerestaureerd, heeft als technisch model gediend voor het ontwerp van dit orgel. Het orgel heeft 34 sprekende stemmen en daarvoor zijn ongeveer 2500 pijpen nodig. De langste pijp is ongeveer 5 meter en de kleinste ongeveer 12 millimeter. De hoogte van het orgel is 10 meter en is ongeveer 6 meter breed.

Door sluiting van de Vredekerk in het samen op weg proces werd dit instrument in de Wilhelminakerk geplaatst ter vervanging van het vervallen instrument in deze kerk, waarmee het gelukkig voor Bussum en het Gooi bewaard is gebleven.

Wat zien we vanuit de kerkzaal.
Links en rechts ziet u de pedaalvelden met de 16 grootste pijpen van de Bombarde 16’. Daarvoor staan de 16 pijpen van de Prestantbas 8’. De grootste pijpen in het midden zijn die van de Prestant 8’ van het Hoofdwerk met daarvoor de pijpen van de Open Fluit 4’ van het Positief. Achter de houten spijlen in het midden van het orgel zijn de andere pijpen geplaatst, waarvan de pijpen van het Zwelwerk geheel bovenin zijn geplaatst in een een aparte kast met een beweegbaar front van houten planken. Dat beweegbare front is de basis van de Zwelkast.
De bouwwijze van het orgel, voor het eerst na een periode van ruim 100 jaar, weer volgens het mechanische sleepladen systeem. Tot die tijd werden orgels gebouwd met pneumatische systemen, die slecht van kwaliteit waren in techniek en vaak ook in klank. De slechte klank had meestal als oorzaak het pijpmateriaal wat veelal zink als basis had. Net zoiets als wat bij ons aan de dakgoot hangt. Dit soort pijpenmateriaal werd ook wel gekscherend engelenblik genoemd, vanwege de vaak helle klank. De basis van het pijpmateriaal van het Flentrop orgel is tin en lood, waardoor de klank ronder wordt en meer draagvermogen heeft.

Vaak hoor je organisten en vakmensen praten over “dispostie van het orgel” en die is met name van “ons orgel” ook nogal bijzonder. Op de volgende pagina vindt u ook de dispositie van het Flentrop orgel, maar wat betekent dat nu, “de dispositie” De dispositie van een orgel is een opsomming van de registers die een orgel bezit en waarmee in feite de klank wordt bepaald. Iedere register heeft namelijk zijn specifieke orgelpijp om die klank te produceren, want niet alleen de metaallegering is voor de klank belangrijk, maar ook de vorm. Het predikaat “mooier of mooist” krijgt een orgel op grond van haar dispositie en de daarbij behorende klank, en ook daar in is het Flentrop orgel bijzonder.

De dispostie van het Flentrop orgel ontstond tijdens de tweede wereldoorlog toen de heer D.A. Flentrop in opdracht van kerkbesturen aan de Hollandse kust (historische) orgels moest demonteren en in veiligheid brengen om te voorkomen dat zij verloren zouden gaan door oorlogsgeweld. “In die periode, (citaat van de heer Flentrop, die aanwezig was bij de ingebruikname in de Wilhelminakerk,) ik wist als startend orgelbouwer nog niet zo veel over dispositie’s, dus schreef ik al die dispositie’s met de kenmerken over in een schrift, wat ik later mede heb gebruikt om dit orgel te ontwerpen. Mijn bedoeling was een kerkorgel, voor zondagsgebruik en een concertorgel voor romantiek en barok in één instrument, leuk om het weer eens te horen, het klinkt in deze kerk trouwens heel erg goed, ik hoop dat jullie er nog lang van zullen genieten”.  Met wijlen de heer Flentrop hopen wij dat ook.   

Fotocollage


Meer info